EU AI Act voor onderwijs

AI in het onderwijs vraagt geen haast maar helderheid. De EU AI Act biedt kaders om AI verantwoord te benutten. Niet door innovatie onnodig te beperken, maar door richting te geven aan hoe AI wordt ingezet.

De EU AI Act en het onderwijs

Bewuste keuzes in een tijd van technologische versnelling

1. Inleiding

In onderwijs heeft ‘iedereen’ het inmiddels over Artificial Intelligence (AI). Niet alleen als abstracte technologie, maar als onderdeel van leermiddelen, feedbacksystemen, analyses en digitale ondersteuning. Of om ‘eigen’ lessen mee te maken. Daarmee raakt AI direct aan de kern van onderwijs: leren, beoordelen, ontwikkelen en begeleiden. En dus zijn er regels.

De EU AI Act biedt een Europees kader om AI verantwoord te benutten. Niet door innovatie onnodig te beperken, maar door richting te geven aan hoe AI wordt ingezet: transparant, uitlegbaar en met behoud van menselijke regie.

Vandaar dit blog. Bedoeld als richtinggevend document. Het biedt geen juridisch oordeel of ‘recept’, maar helpt bij het maken van bewuste keuzes in een veranderend technologisch landschap.

2. De EU AI Act in hoofdlijnen

De EU AI Act classificeert AI-systemen op basis van het risico dat zij vormen voor mensen en onze rechten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen onacceptabel, hoog, beperkt en laag risico. (zie afbeelding)

De invoering van de wet verloopt gefaseerd tot 2027. Niet elke verplichting geldt direct, en interpretatie en uitwerking zullen zich de komende jaren verder ontwikkelen. De wet biedt daarmee geen vast eindpunt, maar een ontwikkelkader.

3. Onderwijs als normatieve context

Onderwijs is geen neutrale omgeving. Beslissingen over leerroute, beoordeling en begeleiding raken aan identiteit, zelfvertrouwen en kansenongelijkheid. De AI Act kijkt naar deze gevoeligheid. Niet omdat technologie per definitie onwenselijk is, maar omdat onderwijs vraagt om normatieve afwegingen: Wanneer voegt technologie iets toe? En wanneer doet zij afbreuk aan pedagogische waarden?

Dit document vertrekt vanuit het uitgangspunt dat AI het onderwijs mag ondersteunen, mits het leerproces, professionele autonomie en de positie van de leerling centraal blijven staan.

4. De positie van de leerling

De AI Act gaat over rechten. In het onderwijs betekent dit dat leerlingen niet alleen beschermd moeten worden, maar ook recht hebben op begrijpelijkheid en menselijkheid. Dat vraagt dat scholen zich afvragen:

    • Begrijpt een leerling wanneer AI een rol speelt?
    • Kan een leerling zich verhouden tot beslissingen die (mede) door technologie worden ondersteund?
    • Blijft de relatie met de leraar leidend?

 

Leerlingen zijn geen datapunten, maar actieve deelnemers aan het leerproces. AI-gebruik moet die positie versterken, niet verzwakken.

5. Rollen en verantwoordelijkheden

De primaire wettelijke verantwoordelijkheid ligt bij aanbieders van AI-systemen. Zij moeten zorgen voor veilige, uitlegbare en betrouwbare technologie.

Scholen en schoolbesturen dragen een contextuele verantwoordelijkheid: zij bepalen of, waarom en hoe AI wordt ingezet binnen hun pedagogische en organisatorische context. Dit vraagt niet om technische controle, maar om bewuste governance en professioneel toezicht.

Verantwoord AI-gebruik is daarmee een gedeelde verantwoordelijkheid.

6. Kernprincipes voor verantwoord gebruik

Transparantie
AI-gebruik moet zichtbaar en uitlegbaar zijn voor leerlingen, ouders en medewerkers.

Menselijke regie
AI ondersteunt besluitvorming, maar vervangt geen professioneel oordeel.

Kritische AI-geletterdheid
AI-geletterdheid gaat verder dan weten hoe een systeem werkt. Het omvat ook:

    • inzicht in beperkingen en bias,
    • begrip van beïnvloeding en afhankelijkheid,
    • reflectie op de maatschappelijke rol van technologie.

 

Voor zowel medewerkers als leerlingen betekent dit: leren omgaan met AI zonder het vanzelfsprekend te maken.

7. Grenzen aan AI-gebruik

De AI Act stelt duidelijke grenzen. In het onderwijs zijn toepassingen zoals emotieherkenning, sociale scoring en classificatie op basis van gevoelige kenmerken niet toegestaan.

Deze grenzen markeren geen afwijzing van technologie, maar onderstrepen dat niet alles wat technisch kan, pedagogisch wenselijk is.

8. Didactische mogelijkheden, zorgvuldig ingezet

AI kan het onderwijs op beperkte schaal ondersteunen, bijvoorbeeld door:

    • feedback te versnellen,
    • patronen in leerprocessen zichtbaar te maken,
    • differentiatie te ondersteunen.

 

De waarde hiervan ontstaat niet door automatisering, maar door doordachte inzet. AI is geen didactisch principe, maar een hulpmiddel dat alleen werkt binnen een duidelijke onderwijsvisie en professionele praktijk.

9. Gelijkheid en inclusie

AI is niet neutraal. Zonder aandacht kan technologie bestaande ongelijkheden versterken.

De AI Act nodigt scholen uit om juist daarom kritisch te kijken naar:

    • wie profiteert van AI-gebruik,
    • wie mogelijk wordt uitgesloten,
    • en hoe keuzes bijdragen aan kansengelijkheid.

 

Bewust AI-gebruik vraagt dus niet alleen technische, maar ook sociale reflectie.

10. Eerste stappen: geen haast, wel richting

De komende jaren vragen niet om volledige compliance, maar om bestuurlijke helderheid:

    • inzicht in AI-gebruik,
    • expliciete afwegingen,
    • gedeelde uitgangspunten,
    • en ruimte voor leren en bijstellen.

 

Scholen hoeven niet alles vast te leggen, maar wel te weten waarom zij bepaalde keuzes maken.

11. Bewust handelen

De EU AI Act vraagt het onderwijs niet om sneller te digitaliseren, maar om bewuster te handelen.

Door technologie niet als doel, maar als middel te benaderen, ontstaat ruimte voor innovatie die past bij de kern van onderwijs: menselijke ontwikkeling, professionele verantwoordelijkheid en gelijke kansen.

Niet door alles te reguleren, maar door beter te begrijpen wat er op het spel staat.

12. Van kader naar praktijk

Actiestappen voor onderwijsprofessionals en organisaties

De EU AI Act vraagt niet om directe ingrepen, maar om voorbereid handelen. Onderstaande stappen zijn bedoeld als richtinggevend hulpmiddel voor verschillende rollen binnen het onderwijs. Ze helpen bij bewustwording, inventarisatie en het voeren van het juiste gesprek — zonder dat alles al vastligt.

12.1 Voor leerkrachten

Van gebruiken naar begrijpen

Leerkrachten hoeven geen AI-experts te worden. Wel is het belangrijk dat zij begrijpen welke rol technologie speelt in hun onderwijspraktijk.

Eerste stappen:

    • Breng in kaart welke digitale middelen in de klas AI gebruiken (bijv. feedback, adaptieve oefeningen, ondersteunende tools).
    • Sta stil bij de vraag: waar helpt dit mijn didactiek, en waar neemt het iets over dat bij mij hoort?
    • Maak AI-gebruik bespreekbaar met leerlingen: wat doet een tool wel, en wat niet?
    • Verdiep je in basiskennis over AI: wat is het, waar kan bias ontstaan, en waarom blijft menselijk oordeel nodig?
    • Spreek binnen het team af wanneer AI ondersteunend is en wanneer professionele afweging leidend blijft.

Doel: Bewust gebruik, zonder verlies van pedagogische relatie of professionele autonomie.

12.2 Voor scholen (directie en MT)

Van losse tools naar samenhang

Op schoolniveau gaat het minder om afzonderlijke toepassingen en meer om overzicht en richting.

Eerste stappen:

    • Inventariseer welke AI-toepassingen binnen de school worden gebruikt of overwogen (onderwijs, administratie, ondersteuning).
    • Breng in beeld welke toepassingen invloed hebben op beoordeling, begeleiding of besluitvorming.
    • Leg vast welke uitgangspunten de school hanteert bij AI-gebruik (transparantie, menselijke regie, uitlegbaarheid).
    • Zorg dat teams toegang hebben tot basistraining of kennisdeling over AI.
    • Betrek privacy en ICT niet alleen technisch, maar ook beleidsmatig bij AI-vraagstukken.

 

Doel: Samenhangend beleid dat ruimte laat voor professionaliteit en innovatie, binnen duidelijke kaders.

12.3 Voor besturen

Van techniek naar governance

Op bestuursniveau verschuift de vraag van hoe werkt AI naar hoe houden we regie.

Eerste stappen:

    • Ontwikkel een gezamenlijke visie op de rol van AI binnen het onderwijs van het bestuur.
    • Maak expliciet onderscheid tussen verantwoordelijkheid van leveranciers en die van scholen.
    • Faciliteer kennisontwikkeling bij schoolleiders en staf (AI-geletterdheid op strategisch niveau).
    • Zorg voor kaders waarbinnen scholen eigen keuzes kunnen maken, zonder versnippering.
    • Positioneer AI in samenhang met bestaande thema’s zoals privacy, kansengelijkheid en professionalisering.

 

Doel: Bestuurlijke helderheid die scholen ondersteunt, niet beperkt.

12.4 Tot slot

Voorbereiden op de EU AI Act betekent niet alles dichtregelen, maar het goede gesprek op het juiste niveau voeren.

Wie nu investeert in inzicht, taal en gezamenlijke uitgangspunten, creëert ruimte om AI op een manier in te zetten die past bij de kern van onderwijs: leren, begeleiden en ontwikkelen — met de mens aan het roer.

Share:

More Posts

Voorkom onderbreking Google Services!

Het is voor een aantal Google services van belang dat scholen toestemming hebben van ouders voor het gebruik van bepaalde Google diensten voor leerlingen onder de 18 jaar. Alleen dán wordt voldaan aan de AVG en de servicevoorwaarden van Google voor wat betreft de Workspace voor Education diensten.

55 beeldschermen voor Firda!

Voor Firda, opleiders in Noord Nederland met maar liefst 18 locaties, 25.000 studenten en meer dan 200 opleidingen, verzorgde Vitasys de installatie van schermen (digiborden en dergelijke) in alle ruimtes van het Cambuur stadion te Leeuwarden.

Vitasys en Schoolpoort werken samen

Vitasys zoekt altijd naar de meest optimale oplossingen voor het onderwijs en zo kwamen wij in contact met Schoolpoort, het meest complete digitale portfolio voor PO, V(S)O, S(B)O én MBO!

Contact?